Wat is Alopecia

Alopecia is de algemene medische term voor haaruitval. Het gaat om haaruitval die niet het gevolg is van een behandeling tegen kanker. Er zijn verschillende vormen van Alopecia. Ik wil hier kort de meest voorkomende vormen bespreken. Meer informatie kunt u vinden op www.alopeciavereniging.nl/alopecia.

 

1. ALOPECIA ANDROGENETICA

Alopecia androgenetica’ is de naam van de haaruitval die doorgaans wordt aangeduid met ‘mannelijke kaalheid’. Deze kaalheid wordt veroorzaakt door de gevoeligheid van de haarzakjes voor het (mannelijke) hormoon dihydroxy-testosteron (DHT). Bij mannen is ‘androgenetica’ te herkennen doordat de hoeveelheid haar op de kruin of bij de inhammen, minder wordt.

De term ‘mannelijke kaalheid’ is enigszins verwarrend, want ook vrouwen kunnen last hebben van deze vorm van kaalheid. Bij vrouwen wordt daarom gesproken van ‘haarverlies volgens het vrouwelijk patroon’. Alopecia androgenetica heeft qua oorzaak niets te maken met alopecia areata. Anders dan bij alopecia areata, is de mannelijke kaalheid een onomkeerbaar proces. Haar dat weg is blijft weg.

In Nederland heeft naar schatting ruim 70 procent van de mannen last van alopecia androgenetica. Bij vrouwen is dat ruim 40 procent. Alopecia androgenetica kan al ontstaan in de puberteit.
Bij mannen begint deze kaalheid bij de slapen en op de kruin en gaat meestal door tot er alleen een rand haar op het achterhoofd overblijft. Bij vrouwen komt alopecia androgenetica meestal tot uiting door een dunnere haarinplant, vaak dominant op de middellijn van het hoofd.

Alopecia androgenetica is strikt genomen geen ziekte of aandoening, maar wordt beschouwd als een verouderingsverschijnsel en is grotendeels erfelijk. Dat neemt niet weg dat het wel als een aandoening wordt ervaren, zeker voor (jonge) vrouwen bij wie de kaalheid goed zichtbaar is. Ook voor mannen bij wie de kaalheid al op jonge leeftijd inzet, kan dit heel belastend zijn en heeft
het een grote invloed op de kwaliteit van leven.

 

Het ontstaan van Alopecia Androgenetica:

  1. Mannelijke hormonen, met name dihydrotestosteron (DHT), binden aan receptoren (“antennes”) op haarfollikels
  2. Grote haarfollikels worden geleidelijk kleine follikels
  3. Verkorting van de anagene fase (groeifase)
  4. Ontwikkeling van kortere en dunnere haren. De follikels blijven bestaan.
  5. Alopecia androgenetica ontstaat geleidelijk.

Het centrale kenmerk van alopecia androgenetica is de miniaturisatie van de haren. Met andere woorden, iedere haarcyclus eindigt met dunnere haar. Haarverlies volgens het vrouwelijk patroon. In plaats van alopecia androgenetica kunnen vrouwen ook ‘Haarverlies volgens het vrouwelijk patroon’ hebben. Hierbij spelen mannelijke hormonen geen rol. En daarom hebben  behandelmethoden die mannelijke hormonen onderdrukken ook geen effect.

Er is nog niet veel bekend over de oorzaken van haarverlies volgens het vrouwelijk patroon. Pityrosporon ovale, een gist die bij iedereen aanwezig is zou een rol kunnen spelen. Erfelijkheid kan een rol spelen.

 

2. ALOPECIA AREATA

Alopecia areata begint met grote of kale plekken op het hoofd. Die plekken kunnen zich uitbreiden over de rest van het lichaam.
Ook worden vaak de wimpers en wenkbrauwen aangetast. Er zijn verschillende gradaties van alopecia areata. Soms blijft het niet bij haaruitval alleen, en worden ook de nagels aangetast.

Er zijn drie gradaties van alopecia areata:

 

  1. Alopecia areata
    Alopecia areata is de ‘pleksgewijze’ kaalheid, die zich overal op het lichaam kan voordoen.
  2. Alopecia totalis
    Vooral het hoofdhaar groeit niet meer.
  3. Alopecia universalis
    Er is volstrekt geen haargroei meer te bespeuren, noch hoofdhaar, noch lichaamsbeharing.

 

Nagels
Bij sommige mensen met alopecia areata raken ook de nagels aangetast. Er ontstaan bijvoorbeeld putjes en groeven, of de nagels worden brokkelig.
Alopecia areata tast op zich overige fysieke functies van het lichaam niet aan. Men kan er net zo oud mee worden als mensen zonder deze aandoening.
Alopecia areata behoort hoogstwaarschijnlijk tot de zogenoemde auto-immuunziekten. Dit wil zeggen dat er in het lichaam stoffen worden gevormd die het eigen lichaam aanvallen. Bij alopecia areata worden de haarwortelzakjes aangevallen zodat de (gekleurde) haren die eruit groeien, uitvallen.

Mensen met alopecia areata hebben vaker last van andere ziekten die gepaard gaan met stoornissen in het afweersysteem. Voorbeelden zijn sommige schildklieraandoeningen, vitiligo (witte plekken op de huid) en allergieën als eczeem en astma. Stressfactoren spelen waarschijnlijk een minder belangrijke rol. Of erfelijkheid een rol speelt is niet bekend, maar men ziet vaak bij eeneiige tweelingen dat ze beiden lijden aan alopecia areata. Ook komt bij ongeveer 10 procent van de patiënten alopecia areata in de familie voor.

Over de behandeling voor alopecia areata zijn de meningen verdeeld. Van geen enkele therapie is het effect volgens wetenschappelijke maatstaven afdoende bewezen. Artsen kiezen er daarom vaak voor om het natuurlijk verloop af te wachten. De aandoening gaat bij veel mensen immers vanzelf over. Bij 70 tot 80 procent van de gevallen herstelt de haargroei zich spontaan binnen enkele maanden tot een jaar. Wetenschappers zijn overigens nog steeds op zoek naar wat alopecia areata veroorzaakt. Lees hier meer over wetenschappelijk onderzoek(en).

Hoewel alopecia bij veel mensen vanzelf overgaat, kiezen dermatologen soms toch voor een behandeling. Dat hangt vooral af van de fase waarin de alopecia verkeert. Dermatologen hebben doorgaans een lijst met de in hun ogen meest effectieve behandelmethoden. Ze doorlopen deze lijst totdat ze óf een behandeling vinden die blijkt te werken óf door hun opties heen zijn.

Omdat de haargroei zich in 70 tot 80 procent van de gevallen spontaan binnen enkele maanden tot een jaar herstelt, is het bij een positief resultaat vaak niet duidelijk of dit komt door de behandeling of door een spontaan herstel.

 

Verder nog dit:
Alopecia komt in aanmerking om opgenomen te worden in de lijst van “rare diseases” maar staat nog niet op de agenda. Gezien de ziekte fysisch niet levensbedreigend is…De psychologisch negatieve impact op de levenskwaliteit valt echter niet te minimaliseren. (Rare Diseases Europe : www.eurordis.org)